Saturday, January 15, 2005

 

WEDSTRIJD OM DEN BRODE

Hannekemaaiers
Er zijn vele studies in Nederland gewijd aan de 17e en 18e
eeuwse immigratie van gevluchte Portugese Joden, Walen en
Hugenoten. Toch is hun aantal betrekkelijk gering geweest ten
opzichte van een andere zeer grote groep immigranten uit deze
periode. Een groot deel van de Nederlandse bevolking stamt af
van de massale vestiging alhier van vooral Westfalen uit
Duitsland. Deze trek naar Nederland staat bekend onder de naam
'Hollandgaengerei'
Anders dan de vluchtelingen is de beeldvorming over de
'Hollandgaengers' nog steeds negatief. Hoewel velen als ambachtsman
of marskramer (handel in kleding) kwamen, overheerst vooral in de
literatuur de 'Hannemaaier'. Deze laatste groep kwam als seizoenarbeider
naar vooral het gewest Holland om daar in de hooibouw te werken.
Enorme stukken hooiland werden door deze mensen met de zeis afgemaaid.
In onze omgeving gebeurde dat in de Eemnesser Polder. Men zou dus
een positieve image verwachten. De schrijvende tijdgenoten kweekten
echter, ten onrechte, allerlei vooroordelen. In latere publicaties worden
deze nu nog braaf gekoesterd. Als de elitaire bovenlaag zich verdiept had
in de toenmalige belabberde omstandigheden van de Nederlandse arbeiders,
dan zou hun oordeel anders zijn uitgevallen.
Werklozen waren er toen in overvloed. Hun conditie was echter zo slecht, dat zij
niet in staat waren dit zware werk te verzetten. Uit berichten van toen blijkt:
"De werkman is krachtloos en traag, maar niet
onwillig. Hoe kon het ook anders! De voeding was ellendig, zij
bestond uit aardappelen, dikwijls van zeer inferieure kwaliteit".

Ook uit de 19e eeuwse keuringen voor de militaire
dienst blijkt de zeer slechte gezondheid van de gewone Neder­landers. Daarom is de
arrogante houding ten opzichte van de hannekemaaiers huichelachtig! In de
Nederlandse woordenboeken worden zij nog steeds betitelt als
'botterik' en 'lomperd' .
__________________
Een voorbeeld hoe welgestelde, streek- en tijdgenoten geen
voorstelling hadden van ellende om zich heen, is duidelijk op
te maken uit het boek:
NOTULENBOEK VAN DE HOLLANDSCHE MAATSCHAPPIJ VOOR LANDBOUW
AFDEELING GOOILAND . Stad & Lande archief nr. 559
blz. 8. Vergadering 30 Mei 1849

De afdeeling met leedwezen ziende, dat hoewel vele Ingezetenen
over gebrek aan werk klagen, de meeste landlieden nogtans
genoodzaakt zijn, voor onderscheidene werkzaamheden van den
landbouw, ingezonderheid voor wieden en Maaijen vreemde
werklieden in hunne dienst te nemen.
Willende beproeven in hoeverre, door het uitloven van premien,
de Ingezetenen zouden kunnen worden aangespoord om zich meer
op die werkzaamheden toe te leggen en zich daarin te bekwamen.
Heeft uitgeloofd de volgende premien:
1) Vijf premien, elk van f 2,50 van vijf huishoudens, bestaan­de minstens
uit drie personen. Ingezetenen der Afdeeling, die, uitsluitend binnen
de gemeente Hilversum en Bussum, het grootste aantal dagen met wieden
op den akker werkzaam zullen zijn geweest.
2) Twee premien, elk van een Engelsche zeis, aan de twee
grasmaaijers; en twee premien, elk van f 2,50 aan de twee
Korenmaaijers, die, Ingezetenen zijnde der Afdeeling, het meeste
gras- of korenveld zullen hebben afgemaaid.
3) Eene premie van eene Engelsche Zeis voor het grasmaaijen en
eene premie van f 2,50 voor het Korenmaaijen.
Onder dezelfde voorwaarden als Nr. 2: met dit onderscheid
echter , dat naar deze premie alleen zal kunnen gedongen
worden door zoodanige, die deze zomer voor het eerst van het
gras- of korenmaaijen hun werk maken.
Het gras of hooi zal moeten gemaaid zijn in Gooiland of
den omtrek, doch het koren in het Gooi alleen.
N.B. Voor Ingezetenen der Afdeeling wordt alleen gehouden,
hij, die minstens 10 Jaren binnen den kring der Afdeeling met
der woon gevestigd is.
Een ieder die naar de bovengemelde premien zal willen
dingen, zal informatie kunnen bekomen bij de leden van het
bestuur der Afdeeling; en bij G. de Jong te Blaricum en c.
Zwanikken te Laren.
____________________
Blz. 24:
Op heden den 25 July 1851 (St. Jacob) heeft bij Larenberg aan
de zuidzijde van den straatweg de wedstrijd plaats gehad voor
ploegers en maaijers geregeld door de leden der Commissie de
heeren Meester Jan Corver Hooft, J. van den Brink Fzn en
Juris¬sen, geassisteerd door de leden van het Bestuur de heeren
G.C. A. Reimeringen, L. de Jong en A. Perk, terwijl als
keurmeesters hebben gefungeerd J.L. de Jong van Hilversum, G. de
Jong van Blaricum en D. Brasser uit Huizen. Door de regen van
den vorige dag, waren de akkers tot beploegen bestemd, nog
slechts gedeeltelijk afgemaaid en werden de maaijers van dit
veld, alsnu door eenige binders geholpen om dadelijk de rogge
op garven te kunnen hebben, en de grond vrij ter beschikking.
Er deden zich 20 maaijers op, te weten van Laren Toon
Schoonhoven, Hendrik Schoonhoven, Gijsbert Post, Pieter C.
Schaapherder, Willem C. Schaapherder, Toon G. Schaapherder,
Jan Krouvers, Tijmen de Boer, Tijmen Majoor, Volkert Schouten,
Jacob van Vugt en Pieter Schoonhoven.
Van Hilversum, Jan van Buuren, Willem van Ede, Adrianus
Spruijt, Dirk van Houten, Toon van Houten, Jacob van der Laak,
Hendrik Bunschoten, Jan de Wit.
Aan welke maaijewrs bij loting hun nommer werd aangewezen,
bestaande elk nommer in eene vierkante oppervlakte van 280
ellen.
Aan de maaijers is na loting voorgehouden, dat de
prijs en premien zouden worden uitgereikt aan degenen die het
spoedigst echter voldoende hunne stukken zouden hebben afgemaaid,
waarbij de garf behoorlijk moest worden omgekeerd.
Het eerste was afgewerkt nommer 3, door Jacob van der Laak
in 26 Minuten, aan wien de prijs werd uitgereikt van f 5.-,
daarop volgde nommer 6, afgewerkt in 27 Minuten door Tijmen de
Boer aan wien is uitgereikt f 4.-.
Nommer 2 en nommer 13 waren tegelijk afgewerkt in iets
minder tijd, door Jan van Buuren en Gijsbert Post, aan wien
elk is uitbetaald f 3.-, de eerstgenoemde sloeg bij de eerste
slagen zich met de zeis in het been, zoodat hij s'avonds naar
huis is moeten gereden worden, doch werkte eer hij daarvan
liet blijken, hoezeer sterk bloedende zijne taak af.
Daarop volgde nommer 1, afgewerkt door Tijmen C. Majoor,
aan wien f 2.- is uitbetaald, terwijl eindelijk nog aan Hendrik
Schoonhoven en Jacob van Vugt ieder f 1.- gratificatie is
uitgereikt, als het spoedigste ofschoon later dan de anderen
te hebben afgemaaid de nommers 15 en 20, waarvan het gewas
erkend werd zoo zwaar te zijn, dat de mededinging met de
anderen bijna ondoenlijk was.
De keurmeesters zijn in hun oordeel eenstemmig geweest en
is over de uitreiking dezer prijzen, geen minste verschil
ontstaan.
Er waren vier ploegers met STELPLOEGEN, zes met STOFPLOE­GEN, die bij loting hebben getrokken.

DE STELPLOEGERS
Steur nommer 1
J. de Jong " 2
M. de Wit " 3
H. Smit " 4

DE SLOFPLOEGERS
Willard nommer 1
K. Majoor " 2
de Beer " 3
J. de Boer " 4
S. Klein " 5
Rokebrand " 6
Aan elk werd gegeven eene oppervlakte roggestoppels van 84
el lengte en 5 1/2 el breedte (462 centiare), en werd aan de
ploegers voorge¬houden, dat zoo van de stel als van de slof­ploegers, die het
spoedigste zijn stuk afgeploegd, zoude genieten f 12.-, mits eene diepte van
2 palm , minstens de voren, gelijke breedte van voren en gelijk aantal voren te
ploegen en bovendien het werk voldoende ware, alsmede dat geen
drijvers mogten gebezigd worden; en niet mogt worden gedraafd.
Terwijl eene premie van f 6.- zoude worden gegeven, aan
degene die zijn stuk het netst zoude hebben geploegd.
De uitkomst is geweest voor de stelploegers ,
dat no 3 het spoedigst was afgeploegd in 12 minuten
no 4 daarna in 14 minuten
no 2 daarna in 20 minuten
no 1 daarna in 25 minuten
Aangezien echter de keurmeesters eenstemmig verklaarden,
dat nommer 3 en 4 niet voldoende waren geploegd, als ongelijk,
met bogt en onder smaller dan boven, zoodat zij wanneer hunne
knechten zoo geploegd hadden dat niet zouden hebben laten
voorbij gaan, zonder te zeggen dat zij zoo niet wilden geploegd
hebben, zijn de beide ploegers van deze nommers niet in
aanmerking genomen, is de prijs uitgereikt aan nommer 2 die
bovendien extra net had geploegd, en de premie aan no 1 die
daarop volgde.

Van de slofploegers
[in de tekst staat 'stelploegers]
Dat nommer 1 en 2, niet zijn in aanmerking genomen, als
geen voldoende werk geleverd hebbende en beide hebbende gejaagd
en gedraafd door het veld.
Dat nommer 5, het spoedigst zijn stuk heeft afgeploegd, in
14 minuten, dat op zijn werk niet veel te zeggen viel, dat het
onvoldoende was, dat zijn ploeg wel was van eene andere soort
dan de gewone slofploegen, doch dat eenmaal geadmitteerd
zijnde , bij de wedstrijd, daarop niet kon worden aangemerkt.
En is aan Sijmen Klein, derhalve uitgereikt de prijs van f
12.-
Dat het was geploegd door ploeger van nommer 6, in 15
minuten, maar dat alleen omdat zijn werk niet afgeploegd was
geheel, hij niet kon in aanmerking komen.
Dat in netheid van ploegen daarop volgde nommer 3, dat in
16 minuten was afgeploegd, doch waaraan 2 omgangen ontbraken,
en derhalven de premie van f 6.- werd uitgereikt aan den
ploeger van nommer 4, die in 15 minuten zijn stuk afgemaakt
had.
De stelploegers van nommer 3 en 4 hebben zich tegen deze
uitspraak verzet en de persoon van H. Smit, vooral op eene
wijze, waardoor hij verdient nimmer bij eenige wedstrijd weder
in aanmerking te komen. Het is hierbij gebleken, dat bij zulke
geleegenheden noodig is niet dan ordelijke bescheiden menschen
toe te laten aan wien de bepalingen van den wedstrijd, voordat
zij aan het werk gaan, vereenigd in het bijzijn der keurmeesters nog
worden voorgelezen ; met bijvoeging dat zij aan de uitspraak van
keurmeesters zich moeten onderwerpen, zonder eenig tegenzeggen,
en aan geen uitleggingen gehoor geven of hunne eigene opvattingen
volgen. Dat voorts de bepaling van het voldoend werk leveren
stiptelijk aanleiding geeft tot misvatting, en aan de keurmeesters zoo
wel als aan de strijders vooraf behoorlijk moet uitgelegd worden
Door de bemoeiingen van den heer Burgemeester van Naarden,
hebben Heere officieren van het garnizoen, de beleefdheid
gehad, de wedstrijden een detachement infanterie ter beschikking
te stellen van Heeren de directie, waardoor dit feestelijk begin van
den oogst is opgeluisterd en eene goede orde bewaard.
De heer voorzitter kon door ongesteldheid niet dan eene
korte wijl deze wedstrijd bijwonen, waarop echter bijzonder
aangenaam was de heer voorzitter der Holl. Maatschappij te
zien, die ook ten vorige jare ons de eer deed, het eerste
landelijke feest van dien aard in het Gooi bij te wonen.
Het weder was uitstekend gunstig, en het terrein en uitzigt
gelukkig gekozen, op een der meest grootsche doch tevens
uitstekend bevallige punten van het Graanrijke Gooi.



Bronnen:

DE HOLLANDGAENGEREI. Gerda F. van Asselt.
TOEN IK NOG JONG WAS. Hoofdstuk: Het water, hannekemaaiers en nog wat.
(blz. 15 t/m 67). Justus van Maurik (1846©1904)
VREEMD GESPUIS. Hoofdstuk: Poepen, knoeten, mieren en moffen. (blz. 29
t/m 37)
DE LAGE LANDEN AAN DE ZEE (blz. 155 en 159) Jan en Annie Romein.
GESCHIEDENIS VAN NEDERLAND 1850©1925. (blz. 126 en 133) Prof. dr. L.G.J.
Verberne.
Sinds 1820 was het decimale en metrieke stelsel ingevoerd. De 'nieuwe'
metrische maten had men echter oud©hollandse namen gegeven. Een vierkan¬te
el was de benaming voor een centiare, een palm was een decimeter.
[Niet duidelijk is of de mensen die niet in de prijzen vielen
geld kregen voor hun werk. Een dergelijke wedstrijd is goedkoper dan
het betalen van een eerlijk loon.]

_______________________
F.J.J. de Gooijer

___________________________
Name: gooi-landbouwmij
wedstrijd-landbouw.blogspot.com


This page is powered by Blogger. Isn't yours?